Van schijnbare stabiliteit naar risicobeheer: wat energie- en transportbedrijven moeten leren in de aanloop naar 2026





Fernando Vázquez, adviseur bij ERA Group
De afgelopen jaren Sectoren maar weinig Sectoren zoveel aandacht van bedrijven getrokken als de energie- en transportsector. Na een reeks schokken die budgetten, toeleveringsketens en bedrijfsmodellen op de proef stelden, heeft 2025 een gevoel van gedeeltelijke opluchting gebracht. De prijzen zijn in sommige gevallen gedaald en de extreme volatiliteit ligt nu achter ons. Het zou echter een vergissing zijn om dit scenario te interpreteren als een terugkeer naar de normale gang van zaken.
Als we vooruitkijken naar 2026, ligt de echte uitdaging niet zozeer in de prijsniveaus zelf, maar in de complexiteit die daarmee gepaard gaat. Energie en transport blijven cruciale sectoren, niet alleen vanwege hun invloed op het bedrijfsresultaat, maar ook vanwege hun vermogen om operationele, financiële en strategische risico’s te vergroten.

In de energiesector heeft Europa de meest acute fase van de crisis van 2022 duidelijk achter zich gelaten. De elektriciteits- en gasprijzen zijn gedaald ten opzichte van hun hoogtepunt en lijken gemiddeld genomen stabieler te worden. Ze blijven echter aanzienlijk hoger dan vóór de crisis en, bovenal, hoger dan in andere regio’s, zoals de Verenigde Staten. Deze kloof vormt een structureel nadeel voor de Europese industrie in een zeer concurrerende mondiale omgeving.
Daarnaast is er sprake van een ingrijpende verschuiving in de energiemix. De toenemende penetratie van hernieuwbare energie, die nu al goed is voor ongeveer de helft van de elektriciteitsproductie in Europa, heeft de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderd, maar ook geleid tot grotere prijsschommelingen. Energie is tegenwoordig schoner, maar ook moeilijker te voorspellen, wat de budgetplanning en het risicobeheer bemoeilijkt.
In de transport- en logistieke sector was 2025 niet zozeer een jaar van plotselinge prijsveranderingen, maar eerder een jaar waarin men zich moest aanpassen aan het marktgedrag. In het wegvervoer ging de relatieve stabiliteit gepaard met aankondigingen van gematigde prijsstijgingen voor 2026, die voornamelijk werden veroorzaakt door looninflatie en hogere onderhoudskosten. Brandstof wordt nog steeds als een aparte toeslag behandeld, wat voor extra onzekerheid zorgt.
Het zeevervoer heeft de extreme pieken van voorgaande jaren achter zich gelaten, met aanzienlijke dalingen van de tarieven, hoewel de volatiliteit onverminderd groot blijft. Daarbij komt nog de opkomst van “nearshoring” (het verplaatsen van een deel van de productie en sourcing dichterbij gelegen markten), wat de goederenstromen herdefinieert en de risico’s van internationaal transport verandert. Tegelijkertijd nemen vervoerders een defensievere houding aan, verhogen ze toeslagen en beperken ze hun blootstelling, wat de manoeuvreerruimte van verladers verkleint.

De algemene les op het gebied van energie en transport is duidelijk. De vraag voor 2026 is niet langer alleen hoe de kosten kunnen worden verlaagd, maar of organisaties werkelijk begrijpen waar hun risico’s zich concentreren en hoe deze risico’s van invloed kunnen zijn op marges, bedrijfsvoering en serviceniveaus.
Digitalisering, datatransparantie en diversificatie van leveranciers zijn niet langer optionele initiatieven, maar zijn uitgegroeid tot basiselementen van het management. Door deze aspecten te beschouwen als strategische risico’s in plaats van louter begrotingsposten, kunnen bedrijven veerkracht opbouwen zonder aan concurrentievermogen in te boeten.
Schijnbare stabiliteit kan misleidend zijn. Bedrijven die weten hoe ze moeten anticiperen, gunstige voorwaarden weten te bedingen wanneer de markt dat toelaat, en datagestuurde beslissingen nemen, zullen beter voorbereid zijn om te concurreren in een omgeving die – hoewel minder extreem dan in de afgelopen jaren – veeleisend en complex zal blijven. In 2026 zullen niet degenen die het snelst reageren winnen, maar degenen die de risico’s als eerste hebben onderkend.
