Kostendruk in 2026: volgens Ronald Batenburg is dit de onontkoombare realiteit voor bedrijven




Bedrijven in Nederland en Europa krijgen in 2026 te maken met een perfecte storm van stijgende kosten. Van flexibele arbeidskrachten tot logistiek en wagenparkbeheer: nieuwe wetgeving, wijzigingen in cao’s en marktontwikkelingen jagen de kosten steeds verder op.
Per 1 januari 2026 is het speelveld voor uitzendkrachten door wets- en cao-wijzigingen volledig veranderd. De nieuwe wetgeving, in combinatie met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) die in 2027 van kracht wordt, is opgesteld om meer zekerheid, gelijkwaardigheid en eerlijkheid in de flexmarkt te brengen door het verschil met vast werk te verkleinen, malafide bureaus te weren en structurele onderwaardering van uitzendkrachten tegen te gaan.
Het doel is om uitzendkrachten dezelfde totale waarde aan arbeidsvoorwaarden te bieden als hun vaste collega’s, met meer stabiliteit en minder concurrentie op het gebied van arbeidsvoorwaarden. Uitzendbureaus moeten vanaf dag één de volledige pensioenpremie van 15,9 procent afdragen.
Het gevolg hiervan is direct merkbaar voor ondernemers die gebruikmaken van flexarbeid: de tarieven zijn aanzienlijk gestegen, ongeacht functie, contractvorm of sectorpremie. Werkgevers zien hun flexibele personeelsbestand aanzienlijk duurder worden door hogere sociale premies, WGA-/ZW-premies en de ZVW-heffing. Voor bedrijven die sterk afhankelijk zijn van uitzendkrachten betekent dit een directe klap voor de kostprijzen en marges. Een trend die aanhoudt zolang de arbeidskrapte speelt.
