"Het grootste gevaar in turbulente tijden is niet de turbulentie zelf, maar handelen volgens de logica van gisteren." - Peter Drucker
Als ik voor het eerst door de straten van Rome loop, is dat een gevoel dat me nog dagen bijblijft. Overal zie je ruïnes... en daartussen: katten. Katten die nu de stille bewoners zijn van wat ooit een rijk was.

In die tijd vroeg ik me steeds af: hoe kunnen er zoveel gebouwen leegstaan? Waarom is er, na zoveel macht te hebben gehad, zo weinig overgebleven?
Er zijn talloze theorieën Over ons val van Rome: externe, interne, economische, politieke en militaire factoren. Maar wat me het meest blijft achtervolgen, is het beeld van de verlaten gebouwen.
Rijken – net als bedrijven – storten niet van de ene op de andere dag in. Niemand gelooft dat wat ze vandaag hebben, zomaar zou kunnen verdwijnen. Dus wordt het niet ontmanteld: het wordt gewoon verwaarloosd. Het marmer raakt bedekt met stof; dag na dag. En dan, op een dag, komen de katten er wonen.
Ik denk aan bedrijven. Ook zij denken dat ze eeuwig zullen blijven bestaan. Ze nestelen zich in een comfortabele en vertrouwde denkwijze, waardoor er geen ruimte meer is voor iets nieuws.
De signalen zijn zelden opdringerig:
• Verouderde bedrijfsmodellen die zich niet aanpassen.
• Arrogantie vermomd als stabiliteit: „zo hebben we het altijd gedaan“.
• Verlies van contact met de klant.
• Een versleten organisatiecultuur: talent dat vertrekt; afdelingen die met elkaar in conflict liggen; meer bezig met het afbakenen van hun eigen terrein dan met samenwerking.
• Processen die door niemand worden gecontroleerd; kosten die de pan uit rijzen; beslissingen die klakkeloos worden overgenomen. De neergang begint stilletjes. Niet met een aankondiging.
Niet in tijden van crisis.
Maar in de systematische herhaling van het dagelijks leven.
En dan: de vraag: wat als de katten er al zijn?






























































































